ECLI:NL:RVS:2018:2699
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen vernietiging weigering verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 28 maart 2018 een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en bepaalde dat de staatssecretaris binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, zodat hij niet hoefde te voldoen aan de uitspraak van de rechtbank zolang het hoger beroep loopt. Dit verzoek werd op 5 juni 2018 afgewezen. De staatssecretaris deed een nieuw verzoek om voorlopige voorziening, dat eveneens werd afgewezen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de uitspraak van de rechtbank niet inhoudt dat de staatssecretaris de vergunning moet verlenen en dat uitvoering van die uitspraak geen onherstelbare gevolgen heeft. Ook het argument dat nader onderzoek een onevenredige inspanning zou vergen, werd niet aannemelijk gemaakt. Het verzoek werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, waardoor de staatssecretaris uitvoering moet geven aan de uitspraak van de rechtbank.