ECLI:NL:RVS:2018:2013
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderopvangtoeslag 2014 en toepassing urenkoppeling
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 5 augustus 2016 de kinderopvangtoeslag van een alleenstaande moeder over 2014 definitief vast op basis van 70% van haar gewerkte uren, waarbij zij teveel betaalde voorschotten terugvorderde. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van de moeder gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat strikte toepassing van de urenkoppeling onredelijk was vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder eerdere toeslagtoekenningen op basis van 140% van de gewerkte uren.
De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de moeder geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan eerdere mededelingen en dat de urenkoppeling dwingendrechtelijk is. De eerdere toeslagtoekenningen waren het gevolg van handmatige controles en fouten die niet herhaald hoeven te worden.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat strikte toepassing van de urenkoppeling achterwege moest blijven. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de moeder wordt ongegrond verklaard en de urenkoppeling van 70% van de gewerkte uren wordt bevestigd.