ECLI:NL:RVS:2018:2042
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- E.J. Daalder
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete voor omzetten zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten wegens rechtsonzekerheid
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 22 april 2016 een boete van €13.500,- op aan appellant wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. Na bezwaar en beroep verklaarden rechtbank en college de boete terecht opgelegd.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de woning inderdaad is omgezet en appellant als huurder verantwoordelijk is. Echter bestaat er rechtsonzekerheid of de boete voor 'onttrekken zonder vergunning' ook geldt voor het omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten, zoals in de Huisvestingsverordening vermeld.
De Afdeling stelt vast dat de verordening onduidelijk is over de reikwijdte van 'onttrekken', mede door tegenstrijdige bepalingen en memorie van toelichting. Hierdoor is het college niet bevoegd geweest de boete op te leggen voor deze overtreding.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de eerdere uitspraak en het boetebesluit, en herroept het primaire besluit. Tevens veroordeelt zij het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De boete van €13.500,- wegens het zonder vergunning omzetten van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten wordt vernietigd vanwege rechtsonzekerheid over de toepasselijkheid.