ECLI:NL:RVS:2018:2104
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding na ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma
Het geschil betreft het verzoek van appellant om vergoeding van materiële en immateriële schade van in totaal €136.269,66, veroorzaakt door het besluit van het CBR van 26 juni 2013 waarbij zijn rijbewijs ongeldig werd verklaard en hij verplicht werd deel te nemen aan een alcoholslotprogramma.
Het CBR wees het verzoek af en ook het bezwaar en het beroep bij de rechtbank werden ongegrond verklaard. Appellant stelde dat hij door het besluit inkomensschade en immateriële schade had geleden, onder meer doordat hij zijn ICT-werkzaamheden niet kon uitvoeren en zijn werkgever de arbeidsovereenkomst niet verlengde.
De Raad van State oordeelde dat het besluit van 26 juni 2013 in rechte onaantastbaar is geworden omdat appellant geen hoger beroep had ingesteld tegen de eerdere uitspraak. De gestelde schade kon niet voldoende worden toegerekend aan het besluit, mede omdat appellant onvoldoende bewijs leverde van de financiële gevolgen en het verband met het besluit.
Ook de vordering tot nadeelcompensatie wegens rechtmatig handelen werd afgewezen. Proceskosten werden niet toegewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding bevestigd.