ECLI:NL:RVS:2018:2163
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling rechtmatigheid terugkeerbesluit, inreisverbod en bewaring vreemdeling
Bij besluiten van 4 april 2018 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de EU onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod opgelegd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde deze besluiten onrechtmatig en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in. De Afdeling oordeelt dat de verklaringen van de vreemdeling niet als een asielverzoek kunnen worden opgevat, omdat geen concrete vrees voor vervolging blijkt. De gronden voor het terugkeerbesluit, waaronder illegaal verblijf en overtreding van de Wet Arbeid Vreemdelingen, zijn terecht aangenomen.
De belangenafweging bij het inreisverbod is deugdelijk gemotiveerd, ook al is de motivering deels gekopieerd van de maatregel van bewaring. De aanhouding op basis van drugsoverdracht is buiten de vreemdelingenrechter om rechtmatig vastgesteld.
De Afdeling concludeert dat er voldoende gronden zijn voor het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de bewaring, en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de beroepen van de vreemdeling ongegrond verklaard.