ECLI:NL:RVS:2018:2164
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over vreemdelingenbewaring wegens juiste motivering staatssecretaris
De staatssecretaris stelde een vreemdeling op 17 maart 2018 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, oordeelde dat de maatregel van bewaring onvoldoende was gemotiveerd en beval opheffing van de bewaring met schadevergoeding.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte een motiveringsgebrek aannam. De staatssecretaris had voldoende gemotiveerd waarom geen lichter middel dan bewaring volstond, mede omdat de vreemdeling slechts algemene, niet-gespecificeerde bezwaren tegen detentie had aangevoerd.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.