ECLI:NL:RVS:2023:371
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake bewaring vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
De vreemdeling werd bij besluit van 7 december 2022 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 december 2022 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming beantwoord moeten worden, mede omdat de kwestie reeds eerder door de Afdeling was beantwoord in een uitspraak van 28 juni 2018.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd bepaald dat de staatssecretaris geen proceskosten hoeft te vergoeden. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt hiermee het besluit tot bewaring en de afwijzing van het schadeverzoek.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.