ECLI:NL:RVS:2018:2172
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod wegens toepassing Dublinverordening
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, had in België een verzoek om internationale bescherming ingediend en reisde daarna zonder beslissing van de Belgische autoriteiten af te wachten naar Nederland. Op 27 december 2017 werd hij aangetroffen in een vrachtwagentrailer in Rotterdam, in een poging illegaal naar het Verenigd Koninkrijk te reizen, waarna hij werd aangehouden. De staatssecretaris nam op 28 december 2017 een terugkeerbesluit, vaardigde een inreisverbod uit en stelde de vreemdeling in bewaring.
De vreemdeling betoogde dat de Dublinverordening van toepassing was en niet de Terugkeerrichtlijn, waardoor het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig waren. De rechtbank wees zijn beroep af, maar de vreemdeling ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank niet had onderkend dat de Dublinverordening van toepassing was en dat de terugkeerprocedure daarom niet kon worden toegepast. De vreemdeling had niet uitdrukkelijk de mogelijkheid gekregen om in Nederland een asielverzoek in te dienen, waardoor niet kon worden aangenomen dat hij zijn Belgische asielverzoek had ingetrokken. Daarom waren het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de inbewaringstelling onrechtmatig.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de bestreden besluiten, en kende een vergoeding toe aan de vreemdeling over de periode van 28 december 2017 tot 11 januari 2018. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn vernietigd en een schadevergoeding toegekend wegens onrechtmatige inbewaringstelling.