ECLI:NL:RVS:2018:2191
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering urgentieverklaring wegens ontbreken medische noodzaak
De appellant, woonachtig in een kleine maisonnette met één slaapkamer, verzocht het college om een urgentieverklaring op medische gronden omdat zijn woning te klein is voor zijn dochter om bij hem te overnachten. Het college weigerde dit verzoek en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
De Raad van State overwoog dat het GGD-advies, gebaseerd op medisch onderzoek en psychologisch onderzoek, voldoende inzicht gaf dat er geen sprake was van een acute medische noodzaak voor verhuizing. De appellant leverde geen eigen deskundigenadvies aan en zijn betoog over psychosociale problemen en depressieve klachten werd niet onderbouwd met medisch bewijs. Verder was geen reden voor het college om de hardheidsclausule toe te passen.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat appellant geen positieve verplichting van het college kon afdwingen voor het verlenen van urgentie, mede omdat hij in staat was op woningen te reageren en een grotere woning had kunnen vinden. De Afdeling bevestigde daarom het besluit van de rechtbank en het college om de urgentieverklaring te weigeren.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van het college om een urgentieverklaring te verlenen wegens het ontbreken van een medische noodzaak.