ECLI:NL:RVS:2018:2229
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over sluiting woning wegens drugsbezit in Brunssum
Op 13 februari 2017 heeft de burgemeester van Brunssum besloten de woning van appellant te sluiten voor zes maanden wegens de vondst van 10,9 gram metamfetamine, een handelshoeveelheid harddrugs. De burgemeester legde bestuursdwang op en maakte afspraken over de uitvoering van de sluiting, die door de rechtbank als een nader besluit werden beschouwd. De rechtbank oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, maar vernietigde het besluit vanwege de wijze van uitvoering die niet strookte met de beleidsregels en het individuele belang van appellant.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de brief van 23 maart 2017 geen nader besluit was, maar slechts de uitvoering vastlegde, en dat de rechtbank ten onrechte hierover had geoordeeld. Het hoger beroep van de burgemeester werd daarom gegrond verklaard. Het incidenteel hoger beroep van appellant, dat onder meer de bevoegdheid van de burgemeester en de redelijkheid van de beleidsregels betrof, werd ongegrond verklaard. De Afdeling bevestigde dat bij meer dan 0,5 gram harddrugs sprake is van een ernstig geval en dat bestuursdwang een passend middel is.
Verder werden betogen over schending van het gelijkheidsbeginsel, het Verdrag inzake de rechten van het kind en Richtlijn 2016/343/EU verworpen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van appellant bij de rechtbank ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep van de burgemeester wordt gegrond verklaard en het besluit tot sluiting van de woning gehandhaafd.