ECLI:NL:RVS:2018:229
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boeteoplegging wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen ondanks bezwaar en beroep
De minister legde op 17 mei 2016 een boete van €16.000 op aan een hotel vanwege het laten verrichten van schoonmaakwerkzaamheden door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning. De boete werd verhoogd met 100% vanwege eerdere boetes binnen vijf jaar. Het hotel stelde dat het alle redelijke maatregelen had genomen om overtreding te voorkomen, waaronder het inhuren van een ander schoonmaakbedrijf met garanties en het volgen van het stappenplan verificatieplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van het hotel ongegrond en de Raad van State bevestigde deze uitspraak. De Afdeling oordeelde dat het hotel onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij de controle van het identiteitsbewijs, met name stap 4 van het stappenplan werd niet adequaat gevolgd. Ook ontbrak een geïntegreerd controlesysteem. Contractuele bepalingen met het schoonmaakbedrijf waren te algemeen om de eigen verantwoordelijkheid te verminderen.
De Raad van State overwoog dat de minister zijn discretionaire bevoegdheid correct had uitgeoefend, rekening houdend met de ernst van de overtreding en eerdere boetes. Matiging van de boete was niet aangewezen omdat het hotel niet aannemelijk had gemaakt dat het al het redelijke had gedaan om overtreding te voorkomen. De boete werd als evenredig beschouwd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het hoger beroep ongegrond.