ECLI:NL:RVS:2018:230
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- B.P. Vermeulen
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen met matiging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan [wederpartij] een boete van €8.000 op wegens het laten werken van een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning. De rechtbank matigde de boete tot €2.000 vanwege een relatief lichte overtreding en het feit dat de vreemdeling correct was verloond.
De minister ging in hoger beroep tegen deze matiging en stelde dat de overtreding willens en wetens was begaan, mede omdat de vreemdeling regelmatig meer dan 10 uur per week werkte zonder vergunning. De Raad van State oordeelde dat hoewel matiging van 25% passend is vanwege de correcte loonbetaling en administratie, de verdere matiging tot 75% onterecht was.
De Raad van State benadrukte de eigen verantwoordelijkheid van de werkgever om tijdig vergunningen aan te vragen en wees op de ernstige nalatigheid bij het te laat aanvragen van vergunningen. De boete werd daarom vastgesteld op €6.000 en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover deze de boete op €2.000 had vastgesteld.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €6.000 met een matiging van 25%.