ECLI:NL:RVS:2018:2305
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor woningbouw ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht verleende op 11 oktober 2016 een omgevingsvergunning voor de bouw van een vrijstaande woning op een perceel met de bestemming 'Recreatie', in strijd met het bestemmingsplan. Omwonenden, appellant A en appellant B, stelden beroep in tegen deze vergunning vanwege de aantasting van de ruimtelijke kwaliteit en hun woon- en leefklimaat.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het college een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing had gegeven en de belangen van omwonenden had meegewogen. De appellanten stelden dat het college in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel handelde door af te wijken van het recent vastgestelde bestemmingsplan en dat de ruimtelijke onderbouwing niet onafhankelijk was opgesteld.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was om met een goede ruimtelijke onderbouwing af te wijken van het bestemmingsplan en dat het intrekken en herzien van gemeentelijk beleid niet onrechtmatig was. Tevens werd geoordeeld dat de ruimtelijke onderbouwing voldeed aan de eisen, ondanks aanpassingen tijdens de voorbereiding en de negatieve gevolgen voor het uitzicht van de appellanten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning voor woningbouw bevestigd.