ECLI:NL:RVS:2020:1744
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor aanbouw ondanks strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende een omgevingsvergunning voor een aanbouw aan een woning, ondanks dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan "Benoordenhout". De vergunning werd verleend op grond van de afwijkingsbevoegdheid uit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Appellante, die boven de betreffende woning woont, maakte bezwaar en stelde beroep in tegen de vergunningverlening, stellende dat het bouwplan het maximale bouwvlak overschrijdt en dat het besluit de rechtszekerheid schaadt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling overwoog dat het college beleidsruimte heeft bij het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid en dat het college in redelijkheid tot het besluit kon komen. De door appellante aangevoerde belangen, zoals vermeende toename van inbraakrisico en kattenoverlast, werden door het college en rechtbank terecht als niet zwaarwegend genoeg beoordeeld gezien de stedelijke context.
De Afdeling vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde het besluit tot vergunningverlening. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning is bevestigd.