ECLI:NL:RVS:2018:2316
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebbendheid bij omgevingsvergunning voor opslag en webshop fatbikes
Het college verleende op 21 januari 2016 een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor opslag en het voeren van een webshop in fatbikes en plusbikes op een perceel te Swifterbant. Appellant, eigenaar van een bedrijfspand op circa 2,6 km afstand, betoogde dat hij belanghebbende was omdat hij een fietsenhandel exploiteert en een concurrent of potentiële concurrent zou zijn.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk en wees zijn beroep af. Appellant stelde dat hij een onderneming heeft en concrete plannen om zijn bedrijf te laten groeien en over te dragen aan zijn zoon. De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij ten tijde van het besluit bedrijfsactiviteiten ontplooide in hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied als de vergunninghouder.
Ondanks overgelegde stukken zoals een factuur, gedoogbeschikking en foto’s van het pand, ontbraken nadere gegevens zoals facturen, openingstijden of reclame die het bestaan van daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten bevestigen. Bovendien richt appellant zich op het wielrensegment, terwijl de vergunninghouder fatbikes en plusbikes verkoopt. Ook concrete plannen voor groei ontbraken. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak dat appellant geen belanghebbende is en verklaarde het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd omdat appellant geen belanghebbende is.