ECLI:NL:RVS:2018:235
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- D.J.C. van den Broek
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit acceptatie melding ontgrondingsactiviteiten wegens strijd met rechtszekerheidsbeginsel
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant accepteerde op 16 februari 2016 een melding van het waterschap Aa en Maas voor ontgrondingsactiviteiten binnen een projectplan. De vereniging Het Groene Hart Brabant maakte bezwaar tegen deze acceptatie en stelde dat voor de ontgrondingsactiviteiten een vergunning vereist was, omdat zij niet in overeenstemming zouden zijn met het provinciaal natuurbeleid zoals bedoeld in artikel 9a van de Verordening Ontgrondingen provincie Noord-Brabant 2008.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het bezwaar en de daarop volgende beroepen van de vereniging en het waterschap ongegrond, waarbij zij oordeelde dat de verwijzing naar het provinciaal natuurbeleid in artikel 9a van de Verordening onduidelijk en onverbindend was, maar dat het projectplan zelf voldoende rechtsbescherming bood. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft dit oordeel heroverwogen.
De Afdeling oordeelt dat de acceptatie van de melding een besluit is met rechtsgevolg en dat het college moet toetsen of de ontgrondingsactiviteiten vergunningvrij mogen worden uitgevoerd. De verwijzing in artikel 9a naar het provinciaal natuurbeleid is echter in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat onduidelijk is welk beleid bedoeld wordt. Hierdoor kan artikel 9a niet slechts gedeeltelijk onverbindend worden verklaard, maar moet het gehele artikel zijn verbindende kracht worden ontzegd.
Dit betekent dat voor de ontgrondingsactiviteiten geen uitzondering op de vergunningplicht geldt en dat het college de melding ten onrechte heeft geaccepteerd. De Afdeling verklaart het hoger beroep van de vereniging gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en herroept het besluit van 16 februari 2016. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan de vereniging vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het college tot acceptatie van de melding ontgrondingsactiviteiten wordt vernietigd en herroepen wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.