ECLI:NL:RVS:2018:2374
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugkeerbesluit en inreisverbod vreemdeling wegens toepassing Dublinverordening
De vreemdeling, van Albanese nationaliteit, diende in Frankrijk een verzoek om internationale bescherming in, maar reisde zonder beslissing af te wachten naar Nederland. De staatssecretaris nam op 23 januari 2018 een terugkeerbesluit, vaardigde een inreisverbod uit en stelde de vreemdeling in vreemdelingenbewaring. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond.
De vreemdeling stelde dat de Dublinverordening van toepassing was, niet de Terugkeerrichtlijn, en dat de inbewaringstelling onrechtmatig was. De Afdeling overwoog dat de vreemdeling niet was geïnformeerd dat hij geacht werd geen prijs meer te stellen op zijn asielverzoek in Frankrijk, waardoor niet kon worden aangenomen dat hij dit verzoek had ingetrokken. Er bestond dus een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Frankrijk.
De Afdeling oordeelde dat de terugkeerprocedure onjuist was toegepast, het terugkeerbesluit en inreisverbod vernietigd moesten worden, en dat de inbewaringstelling onrechtmatig was. De Afdeling kende een vergoeding toe over de periode van 23 januari tot 1 maart 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven.
Uitkomst: Het terugkeerbesluit en inreisverbod zijn vernietigd en de vreemdeling krijgt een schadevergoeding toegekend.