ECLI:NL:RVS:2018:2435
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel registratie in Basisregistratie Personen na opschorting
Bij besluit van 6 december 2012 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de registratie van appellant in de Basisregistratie Personen (Brp) ambtshalve opgeschort met ingang van 29 oktober 2012. Appellant heeft bij brief van 24 oktober 2016 verzocht om herstel van zijn registratie, stellende dat hij nooit uit Nederland is vertrokken en ten tijde van het oorspronkelijke besluit over een geldige verblijfsvergunning beschikte.
Het college heeft dit verzoek bij besluit van 18 november 2016 afgewezen en het daaropvolgende bezwaar van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellant tegen deze besluiten eveneens ongegrond verklaard. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State overweegt dat het verzoek van appellant feitelijk neerkomt op een verzoek om herziening van het onherroepelijke besluit van 6 december 2012. Een herziening is slechts mogelijk indien nieuwe feiten of omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Appellant heeft niet voldoende duidelijk gemaakt waar hij sinds 29 oktober 2012 heeft verbleven en het herstel van zijn verblijfsvergunning door de Immigratie- en Naturalisatiedienst vormt geen nieuw feit dat herziening rechtvaardigt.
De Raad stelt vast dat het college reeds onderzoek heeft verricht naar de verblijfplaats van appellant en dat het niet ontvangen van een brief aan het laatst bekende adres voor rekening en risico van appellant komt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herstel van de registratie in de Brp wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het verzoek tot herstel van de registratie in de Basisregistratie Personen wordt bekrachtigd.