ECLI:NL:RVS:2018:2480
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenberoep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens vermeende onrechtmatige veroordeling en risico op vervolging
De vreemdelingen, afkomstig uit Albanië, vorderden een verblijfsvergunning asiel op grond van een vermeende onrechtmatige veroordeling voor corruptie en een reëel risico op vervolging door criminele organisaties bij terugkeer. De staatssecretaris wees de aanvragen af, wat de rechtbank Den Haag ongedaan maakte wegens onvoldoende motivering van de staatssecretaris.
De Raad van State oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat de verklaringen van de vreemdeling tegenstrijdig zijn en dat het causale verband tussen de controle van een Audi A8 en de veroordeling niet aannemelijk is gemaakt. Ook zijn de overgelegde documenten onvoldoende objectief en onafhankelijk om het asielrelaas te staven.
Verder is onvoldoende aannemelijk dat de vreemdeling concrete problemen heeft ondervonden of zal ondervinden van criminele organisaties. De vrees voor een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro wegens detentie in Albanië is niet onderbouwd met voldoende bewijs van structurele mishandeling of onveiligheid.
Daarom verklaart de Raad van State het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdelingen ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunning worden bevestigd.