ECLI:NL:RVS:2018:2495
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake invordering dwangsom recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde bij besluit van 7 december 2015 een last onder dwangsom op aan wederpartij wegens het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een recreatiewoning als woonruimte. De dwangsom bedroeg € 20.000,00. Wederpartij maakte geen bezwaar tegen dit besluit, waardoor het in rechte onaantastbaar werd.
Bij besluit van 25 juli 2016 vorderde het college de verbeurde dwangsom in. Wederpartij maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep van wederpartij gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit, herroept het invorderingsbesluit en matigde het dwangsombedrag tot € 4.875,00. Het college stelde hiertegen hoger beroep in.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college terecht heeft gehandeld door het volledige bedrag van de dwangsom in te vorderen. Het college hechtte wel degelijk belang aan het beperken van de niet-recreatieve bewoning van de recreatiewoning en heeft ook handhavend opgetreden jegens de bewoners. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die matiging rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van wederpartij tegen het besluit tot invordering van de dwangsom wordt ongegrond verklaard.