ECLI:NL:RVS:2018:2569
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Helder
- F.D. van Heijningen
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning wegens strijd met redelijke eisen van welstand
Reggestede Projecten B.V. heeft omgevingsvergunningen aangevraagd voor de bouw van meerdere commerciële panden op een perceel te Hulst. Na aanvankelijke weigeringen en een eerdere uitspraak die stelde dat de vergunningen van rechtswege waren ontstaan, heeft het college de vergunningen uiteindelijk geweigerd wegens strijd met redelijke eisen van welstand.
Reggestede diende een gewijzigd bouwplan in, waarbij gebouw B werd geschrapt. De rechtbank oordeelde dat dit gewijzigde bouwplan geen ondergeschikte wijziging betrof en dat het college het bouwplan niet hoefde mee te nemen in de beoordeling. De Afdeling bevestigt dat gebouw B nog steeds onderdeel is van de aanvraag en in strijd is met welstandseisen, waardoor weigering gerechtvaardigd is.
Verder oordeelt de Afdeling dat de wijzigingen aan gebouw C niet van ondergeschikte aard zijn, gezien de aanzienlijke wijzigingen in gevelindeling, materialen en reclame-uitingen. Ook het betoog dat het college het zorgvuldigheidsbeginsel heeft geschonden wordt verworpen, omdat het college Reggestede voldoende gelegenheid heeft geboden om het bouwplan aan te passen en het advies van de Welstandscommissie heeft afgewacht.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Reggestede wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning bevestigd.