ECLI:NL:RVS:2018:2595
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G. van der Wiel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 20 januari 2016 de aanvraag van een Eritrese vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling, die bij een referent wilde verblijven die als pleegouder fungeerde, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de staatssecretaris ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de staatssecretaris het besluit ondeugdelijk had gemotiveerd.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank onvoldoende had onderkend dat de referent moest aantonen dat de vreemdeling afhankelijk van haar was en tot haar gezin behoorde bij binnenkomst in Nederland. De staatssecretaris had terecht gemotiveerd dat de referent hierin niet was geslaagd, mede omdat de biologische vader nog leefde en gezag had volgens het Eritrese Burgerlijk Wetboek.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling tegen het besluit tot afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard.