ECLI:NL:RVS:2018:2626
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling toeslagpartner kinderopvangtoeslag 2012 en 2013 met vernietiging besluit 2012
Appellante ontving voorschotten kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013. De Belastingdienst stelde het recht op toeslag definitief vast op nihil en vorderde terugbetaling van respectievelijk €4.728 en €10.745. Appellante voerde aan dat zij duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot en toeslagpartner, hetgeen de rechtbank niet aannam voor 2012 en deels wel voor 2013.
De Raad van State oordeelt dat appellante aannemelijk heeft gemaakt dat zij in 2012 duurzaam gescheiden leefde, mede gelet op bewijsstukken en omstandigheden zoals het niet samenwonen en het ontbreken van inschrijving op hetzelfde adres. Hierdoor was zij in 2012 geen toeslagpartner meer. Voor 2013 geldt dat het verzoek tot echtscheiding pas in augustus 2013 werd ingediend, waardoor de partnerrelatie formeel bleef gelden in de periode januari tot en met augustus.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt daarom het besluit van de Belastingdienst over 2012 en verklaart het beroep gegrond. Het besluit over 2013 blijft in stand. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling. De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van de Belastingdienst over 2012 wordt vernietigd wegens onjuiste partneraanduiding; het besluit over 2013 blijft in stand.