ECLI:NL:RVS:2018:2681
Raad van State
- Hoger beroep
- J.J. van Eck
- G. van der Wiel
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juiste ingangsdatum verblijfsvergunning en dwangsom wegens te late beslissing asielaanvraag
De vreemdeling stelde de staatssecretaris in gebreke wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Na meerdere ingebrekestellingen verleende de staatssecretaris op 2 juni 2017 alsnog de vergunning, maar stelde daarbij een onjuiste ingangsdatum vast. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de beslistermijn van zes maanden met negen maanden was verlengd en dat de startdatum van de beslistermijn op 15 september 2015 lag, de dag waarop het kennisgevingsformulier 'M35-O' werd ontvangen. De staatssecretaris had de dwangsom ten onrechte te laag vastgesteld en was een aanvullende dwangsom van €880 verschuldigd.
Voorts vernietigde de Afdeling het besluit van 2 juni 2017 voor zover de ingangsdatum van de vergunning op 29 januari 2016 was gesteld en bepaalde zij dat de ingangsdatum correct op 15 september 2015 moet worden vastgesteld. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €2.254,50.
Uitkomst: De staatssecretaris is een aanvullende dwangsom van €880 verschuldigd en de ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt vastgesteld op 15 september 2015.