ECLI:NL:RVS:2018:2697
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit subsidie en vergoeding proceskosten
Bij besluit van 23 januari 2015 heeft de staatssecretaris een terugvordering van subsidie verrekend met een andere subsidie aan appellanten. Appellanten maakten bezwaar tegen deze verrekening, dat bij besluit van 12 augustus 2015 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten tegen dit besluit eveneens ongegrond. Hiertegen stelden appellanten hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling behandelde de zaak in meerdere zittingen en heropende het onderzoek op grond van artikel 8:68 Awb Pro. De Afdeling verwijst naar een parallelle zaak waarin het college van gedeputeerde staten van Zeeland de intrekking van de subsidie herroept, waardoor de grondslag voor de verrekening door de staatssecretaris komt te vervallen.
Gelet hierop oordeelt de Afdeling dat de verrekening door de staatssecretaris geen stand kan houden. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van 12 augustus 2015 worden vernietigd, en het primaire besluit van 23 januari 2015 wordt herroepen. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten, beperkt tot de kosten van het hogerberoepschrift en de eerste zitting, en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het terugvorderingsbesluit wordt herroepen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.