ECLI:NL:RVS:2018:277
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens strijd met Gezinsherenigingsrichtlijn
De vreemdeling, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf om bij zijn echtgenote te kunnen verblijven. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van onjuiste gegevens die de vreemdeling in eerdere procedures had verstrekt en het niet voldoen aan een termijn van vijf jaren verblijf buiten Nederland zoals vermeld in het Vreemdelingenbesluit 2000.
De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze afwijzing, maar zowel het bezwaar als het beroep werden ongegrond verklaard door de staatssecretaris en de rechtbank. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris onterecht had gehandeld omdat de termijn van vijf jaren verblijf buiten Nederland geen grondslag vindt in de Gezinsherenigingsrichtlijn. Tevens werd vastgesteld dat het artikel in de Vreemdelingenwet 2000 dat afwijzing op grond van onjuiste gegevens mogelijk maakt, in strijd is met de richtlijn en daarom onverbindend is.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris, en bepaalde dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd wegens strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn.