ECLI:NL:RVS:2018:2786
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- H. Bolt
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onttrekking woonruimte zonder vergunning voor hennepkwekerij
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde aan appellant een bestuurlijke boete van €4.000 op wegens het zonder vergunning onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning, omdat in de woning een hennepkwekerij was aangetroffen die een slaapkamer geheel onttrok aan bewoning.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het college terecht de boete had opgelegd en dat de beleidsregels niet onredelijk waren. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de beleidsregels in strijd zijn met de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening, omdat de boetebedragen niet in de verordening waren opgenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 35, derde lid, van de Huisvestingswet concrete boetebedragen in de Huisvestingsverordening moeten zijn vastgesteld. Het college kon deze boete niet baseren op beleidsregels. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college vernietigd en het oorspronkelijke besluit herroepen.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant en tot terugbetaling van het griffierecht. De uitspraak van de Afdeling treedt in de plaats van het vernietigde besluit.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €4.000 wegens onttrekking van woonruimte zonder vergunning wordt vernietigd wegens ontbreken van wettelijke grondslag.