ECLI:NL:RVS:2018:1950
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- F.C.M.A. Michiels
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestuurlijke boete wegens onjuiste grondslag in Huisvestingsverordening
Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg legde aan appellant een bestuurlijke boete van €4.000 op wegens het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning door het exploiteren van een hennepkwekerij in een woning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde de boete.
Appellant stelde in hoger beroep dat niet de gehele woning was gebruikt voor hennepteelt en dat hij de woning had onderverhuurd aan een derde die verantwoordelijk was voor de kwekerij. De Afdeling oordeelde dat een deel van de woning, waaronder de zolderverdieping en slaapkamers, was onttrokken aan de bestemming tot bewoning en dat appellant als verhuurder zich tot op zekere hoogte had moeten informeren over het gebruik van de woning.
Het college stelde incidenteel hoger beroep in met het argument dat appellant geen gronden van beroep had aangevoerd, maar dit werd verworpen. De Afdeling stelde echter vast dat de boete niet rechtsgeldig was opgelegd omdat de Huisvestingswet 2014 vereist dat concrete boetebedragen in de huisvestingsverordening worden vastgesteld, en niet in beleidsregels zoals het college had gedaan.
De Afdeling verklaarde het incidenteel hoger beroep van het college ongegrond, het hoger beroep van appellant gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar, en herroept het primaire besluit tot boeteoplegging. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt gegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete wordt vernietigd.