ECLI:NL:RVS:2018:28
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring beroep huurtoeslag 2011 door rechtbank
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 10 maart 2017 over haar verzoek tot herziening van huurtoeslagen over de jaren 2009, 2010 en 2011.
De Belastingdienst/Toeslagen had het verzoek tot herziening over 2009 en 2010 afgewezen en de huurtoeslag over 2011 herzien en vastgesteld op € 1.836,00. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor zover het betrekking had op 2011, omdat appellante in bezwaar geen gronden had aangevoerd tegen het besluit van 17 juni 2016, en verklaarde het beroep voor het overige ongegrond.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het beroep over 2011 niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat appellante wel bezwaar had gemaakt tegen het besluit van 17 juni 2016. Het beroep over 2011 wordt daarom alsnog ontvankelijk verklaard en inhoudelijk ongegrond verklaard. Verder wordt geoordeeld dat het te late verweerschrift van de Belastingdienst/Toeslagen geen schending van de procesorde oplevert.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en het betaalde griffierecht wordt aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep over de huurtoeslag 2011 wordt ontvankelijk verklaard en inhoudelijk ongegrond verklaard.