ECLI:NL:RVS:2018:2820
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ondeugdelijke motivering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 9 mei 2016 de aanvraag van de vreemdelingen voor een machtiging tot voorlopig verblijf af. Vervolgens verklaarde de staatssecretaris bij besluiten van 17 mei 2017 de bezwaren van de vreemdelingen en de referent ongegrond. De rechtbank Den Haag bevestigde deze besluiten bij uitspraak van 26 oktober 2017.
De vreemdelingen en de referent stelden hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de staatssecretaris bij de beoordeling van de identiteit en familierelatie van de vreemdelingen niet de nieuwe vaste gedragslijn volgde, waarbij ook onofficiële documenten betrokken kunnen worden. Hierdoor was de motivering van de afwijzing ondeugdelijk.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de besluiten van 17 mei 2017 en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De zaak werd terugverwezen met het oordeel dat de besluiten in strijd zijn met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De besluiten van de staatssecretaris worden vernietigd wegens ondeugdelijke motivering en het hoger beroep wordt gegrond verklaard.