ECLI:NL:RVS:2018:2836
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herziening kinderopvangtoeslag 2007 en 2010
Appellante heeft voor de jaren 2007 en 2010 voorschotten kinderopvangtoeslag ontvangen die later op nihil zijn gesteld en teruggevorderd. Zij verzocht om herziening van deze besluiten, welke door de Belastingdienst/Toeslagen werden afgewezen. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak constateert dat er onduidelijkheid bestond over de toepasselijke criteria voor herziening van voorschotbeschikkingen versus definitieve vaststellingen. Recent rechtspraak verduidelijkt dat herziening van definitieve vaststellingen binnen een jaar na het besluit kan worden gevraagd, terwijl herziening van voorschotten alleen mogelijk is zolang de toeslag nog niet definitief is vastgesteld.
Voor 2007 heeft de Belastingdienst een nieuw besluit genomen waarbij appellante alsnog een bedrag aan toeslag is toegekend, waardoor het hoger beroep voor dat jaar niet-ontvankelijk wordt verklaard. Voor 2010 is het verzoek om herziening afgewezen omdat appellante niet heeft aangetoond alle kosten te hebben betaald. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De Belastingdienst wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor de rechtsbijstand van appellante, omdat zij het verzoek om herziening over 2007 alsnog materieel heeft beoordeeld. De totale proceskostenvergoeding bedraagt € 2.755,50.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor 2007 en ongegrond voor 2010; proceskostenvergoeding aan appellante toegekend.