ECLI:NL:RVS:2018:2140
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling termijn herzieningsverzoek kinderopvangtoeslag bij late vaststelling door Belastingdienst
De zaak betreft het hoger beroep van zowel de Belastingdienst/Toeslagen als appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland die de afwijzing van herzieningsverzoeken kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 wegens termijnoverschrijding vernietigde. De Belastingdienst had de definitieve vaststelling van de toeslagen pas in 2015 gedaan, terwijl de wettelijke termijn voor het indienen van herzieningsverzoeken vijf jaar na het berekeningsjaar is.
De Raad van State overweegt dat de wettelijke vijfjaarstermijn strikt geldt, maar erkent dat wanneer de Belastingdienst de definitieve beschikking te laat vaststelt, het recht om herziening te verzoeken niet illusoir mag worden gemaakt. Daarom formuleert de Afdeling een vaste termijn van één jaar na de datum van de definitieve vaststelling waarbinnen alsnog een herzieningsverzoek kan worden ingediend.
De verzoeken van appellant, ingediend binnen deze redelijke termijn, worden daardoor als tijdig beschouwd. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat de Belastingdienst de verzoeken inhoudelijk moet behandelen. Tevens wordt de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: De herzieningsverzoeken zijn tijdig ingediend binnen een redelijke termijn na late definitieve vaststelling en dienen inhoudelijk te worden behandeld.