ECLI:NL:RVS:2018:2851
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- C.F. Donner-Haan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing huurtoeslag 2015
Appellant diende een aanvraag in voor huurtoeslag over 2015, die door de Belastingdienst op 21 december 2016 werd afgewezen wegens te late indiening. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees het beroep af. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep nam de Belastingdienst op 11 mei 2018 de aanvraag alsnog in behandeling en kende appellant een huurtoeslag van € 1.090 toe. Hierdoor verloor appellant belang bij het hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat appellant geen actueel en reëel belang meer heeft bij een uitspraak.
De Afdeling benadrukte dat een bestuursrechter geen uitspraak doet louter op grond van principiële belangen. Verder werd appellant een vergoeding van € 272,80 aan proceskosten toegekend en het betaalde griffierecht van € 170,00 terugbetaald. Verzoeken om vergoeding van aangetekende verzendkosten werden afgewezen omdat deze niet voor vergoeding in aanmerking komen.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard omdat de Belastingdienst de aanvraag alsnog in behandeling heeft genomen en toeslag heeft toegekend.