ECLI:NL:RVS:2018:2877
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Lhee, Eemster en Geeuwenbrug
De raad van de gemeente Westerveld stelde op 31 oktober 2017 het bestemmingsplan "Lhee, Eemster en Geeuwenbrug" vast, dat een actualisatie betreft van het plan uit 1999 met een consoliderend karakter voor drie kernen. Appellant betwistte onder meer de procedurele zorgvuldigheid, de oppervlakte van het bestemmingsvlak "Wonen-Voormalige boerderijpanden" op een perceel te Dwingeloo, de wijzigingsbevoegdheden en de afwezigheid van regels ter bescherming tegen gewasbeschermingsmiddelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de inspraakprocedure conform de Inspraakverordening is gevolgd en dat appellant geen inspraakreacties heeft ingediend, waardoor geen sprake is van schending van belangen. De overschrijding van de termijn voor besluitvorming volgens artikel 3.8 Wro leidt niet tot onbevoegdheid van de raad. De oppervlakte van het bestemmingsvlak is gebaseerd op een rechtsgeldige omgevingsvergunning en is in redelijkheid aanvaardbaar geacht, waarbij ook de belangen van landschappelijke kwaliteit zijn meegewogen.
De wijzigingsbevoegdheden zijn toegelicht en sluiten aan bij het ruimtelijk beleid, met een maximale oppervlakte van 5.000 m2 voor wonen, gericht op kwaliteitsverbetering zonder vergroting van de bebouwde oppervlakte. Bezwaar tegen de bodemkwaliteit en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten het plangebied worden niet-ontvankelijk verklaard of buiten beschouwing gelaten. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Lhee, Eemster en Geeuwenbrug is ongegrond verklaard.