ECLI:NL:RVS:2018:2917
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering handhaving tegen kachelpijp wegens ontbreken hinder volgens Bouwbesluit
Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo weigerde handhavend op te treden tegen de plaatsing van een kachelpijp op een perceel te Ermelo, omdat er geen sprake zou zijn van hinder zoals bedoeld in artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012. Appellant, wonend naast het perceel, ervoer echter rook- en geuroverlast en stelde dat het onderzoek van het college onzorgvuldig was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het onderzoek van het college beoordeeld, dat onder meer bestond uit een windonderzoek, buurtonderzoek, gesprekken en inspecties op drie dagen in augustus 2016. De toezichthouder constateerde geen zichtbare rook of rookgeur.
De Raad van State oordeelt dat het college op grond van het uitgevoerde onderzoek terecht heeft geoordeeld dat geen sprake is van hinder in de zin van artikel 7.22 Bouwbesluit. Het enkele feit dat appellant rook en geur ervaart, betekent niet automatisch dat de hinder de wettelijke norm overschrijdt. Ook het feit dat andere houtkachels in de omgeving aanwezig zijn, maakt het moeilijk om de overlast uitsluitend aan de kachelpijp van [partij] toe te schrijven.
De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college hoeft niet handhavend op te treden tegen de kachelpijp.