ECLI:NL:RVS:2014:4032
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- J.W. van de Gronden
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen handhavend optreden tegen gebruik houtkachel ondanks geur- en rookoverlast
Het college van burgemeester en wethouders van Grootegast weigerde handhavend op te treden tegen het gebruik van een houtkachel door een bewoner op een perceel te Grootegast, ondanks klachten van de buurman over stank- en rookoverlast. De buurman stelde dat het gebruik van de houtkachel zijn woongenot aantast en mogelijk schadelijk is voor de gezondheid door fijnstof.
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde het besluit van het college en oordeelde dat onvoldoende onderzoek was gedaan naar de hinder en dat het college een draagkrachtige motivering ontbeerde. Het college stelde echter dat het zich terecht baseerde op een rapport van Buro Blauw en geurwaarnemingen, waaruit bleek dat geen aantoonbare objectieve schade of overmatige hinder bestond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat artikel 7.22 van het Bouwbesluit een restbepaling is en dat het college terecht volstond met het bestaande onderzoek. Er zijn geen algemeen aanvaarde inzichten over de schadelijkheid van rook van houtkachels en de eigen metingen van de buurman waren niet verifieerbaar. De lichte tot matige geurhinder was onvoldoende voor handhaving.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de buurman ongegrond. Tevens werd het besluit van het college van 15 april 2014 vernietigd omdat dit besluit was genomen ter uitvoering van de vernietigde uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van de buurman tegen het niet-handhaven van de houtkachel wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.