ECLI:NL:RVS:2018:2923
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving woonbestemming tegen overlast door dieren op perceel in Zevenbergen
Het college van burgemeester en wethouders van Moerdijk wees een verzoek tot handhaving tegen het houden van dieren op een perceel in Zevenbergen af. De aanvrager van handhaving ervoer overlast door het blaten en gedrag van de dieren. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat het college een nieuw besluit moest nemen.
In hoger beroep bij de Raad van State werd overwogen dat het perceel een woonbestemming heeft en dat het houden van elf (dwerg)geiten, twee bokken en vier schapen in de wintermaanden in strijd is met deze bestemming. De ervaren overlast is relevant voor het handhavend optreden, ook als deze subjectief wordt ervaren. De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optrad en het aantal dieren beperkte.
De Raad van State verwierp de bezwaren van de appellant dat het college niet bevoegd was en dat de rechtbank onjuist had gehandeld. Ook werd bevestigd dat de verzoeker om handhaving belanghebbende is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het college is bevoegd handhavend op te treden tegen het houden van een te groot aantal dieren op het woonperceel.