ECLI:NL:RVS:2018:298
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.D.M. van Diepenbeek
- E. Helder
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijzigingsplan bouwvlak voor intensieve veehouderij te Lievelde
Het college van burgemeester en wethouders van Oost Gelre stelde op 6 december 2016 een wijzigingsplan vast voor het vergroten van het bouwvlak op een perceel te Lievelde, met als doel de realisatie van een stal voor circa 1.200 vleeskalveren. De Vereniging Gelderse Natuur en Milieufederatie en anderen stelden hiertegen beroep in, stellende onder meer dat het bouwvlak onduidelijk begrensd is, het plan in strijd is met de Omgevingsverordening Gelderland, negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden en onvoldoende rekening houdt met belangen van een nabijgelegen ecoboerderij.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de elektronische versie van de verbeelding beslissend is en dat de begrenzing van het bouwvlak niet rechtsonzeker is. Verder werd vastgesteld dat geen sprake is van nieuwvestiging, maar van uitbreiding binnen een bestaand bouwvlak, en dat het bouwvlak kleiner dan 1 hectare is, conform de Omgevingsverordening. Ten aanzien van Natura 2000 concludeerde de Afdeling dat het college terecht heeft geoordeeld dat significante negatieve effecten zijn uitgesloten en dat een passende beoordeling niet vereist was. Ook de bezwaren over de ecoboerderij werden verworpen, omdat het wijzigingsplan geen zodanige belemmeringen voor de biologische bedrijfsvoering oplevert.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de Afdeling het beroep ongegrond en wees zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen het wijzigingsplan wordt ongegrond verklaard en het plan blijft van kracht.