ECLI:NL:RVS:2018:3
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving tegen bewoning van bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Op 12 mei 2015 legde het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan appellant een last onder dwangsom op om de vergroting en het gebruik van een bijgebouw als drie zelfstandige appartementen te beëindigen. Dit gebruik was in strijd met de bouwvergunning van 1992 en het bestemmingsplan "Soesterkwartier". De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het college bevoegd was om handhavend op te treden tegen het illegale gebruik van het bijgebouw als woonruimte. Het college had niet hoeven afzien van handhaving ondanks het langdurig bestaan van de situatie en het feit dat de gemeente belastingen had geheven. De voorzieningen in het bijgebouw, zoals keukens en badkamers, zijn vergunningplichtig omdat ze het gebruik wijzigen in strijd met het bestemmingsplan.
Appellant voerde ook aan dat ontruiming een onrechtmatige inbreuk zou vormen op het recht op woningbescherming en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden door andere situaties waarbij bewoning van bijgebouwen werd toegestaan. Deze gronden werden niet ontvankelijk verklaard of verworpen omdat de omstandigheden niet vergelijkbaar waren en de grondrechten niet op juiste wijze waren aangevoerd.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.