ECLI:NL:RVS:2018:3001
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing asielzaak wegens onvoldoende motivering staatssecretaris
De vreemdeling, geboren in 2002 en van Zambiaanse nationaliteit, vroeg asiel aan wegens mensenhandel en seksueel misbruik in haar land van herkomst. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het verhaal. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit met inachtneming van haar overwegingen.
De staatssecretaris ging in hoger beroep en stelde dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat onvoldoende rekening was gehouden met de traumatische omstandigheden die het verklaringsvermogen van de vreemdeling zouden beïnvloeden. De staatssecretaris verwees naar medische rapporten en het feit dat de vreemdeling mondeling haar verhaal wilde doen met haar zus als tolk.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grief van de staatssecretaris gegrond is en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De zaak wordt terugverwezen voor nieuwe behandeling en beslissing, waarbij de motivering van de staatssecretaris adequaat moet worden betrokken. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor nieuwe behandeling.