ECLI:NL:RVS:2018:3008
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak vreemdelingenbewaring en toekenning vergoeding aan vreemdeling
Bij besluit van 19 juni 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de werkwijze van de staatssecretaris bij het staandehouden, overbrengen en ophouden van rechtmatig verblijvende Dublinclaimanten onrechtmatig was, zoals reeds vastgesteld in een eerdere uitspraak (ECLI:NL:RVS:2018:2933). Op grond hiervan werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond en kende een vergoeding toe over de periode van 19 juni 2018 tot 26 juni 2018, de dag waarop de vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft moeten maken voor de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en een vergoeding toegekend aan de vreemdeling.