ECLI:NL:RVS:2018:2933
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling in vreemdelingenbewaring onrechtmatig staande gehouden en overgebracht
De vreemdeling, een Dublinclaimant met rechtmatig verblijf, werd op 25 mei 2018 onrechtmatig staande gehouden, overgebracht en in vreemdelingenbewaring gesteld. De staatssecretaris erkende het gebrek maar verdedigde de maatregel vanwege de naderende overdrachtstermijn aan Duitsland en de weigering van de vreemdeling tot medewerking.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de staatssecretaris zwaarder wogen dan de belangen van de vreemdeling, waardoor de maatregel niet onrechtmatig was. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in.
De Raad van State stelde vast dat de staatssecretaris bewust de onrechtmatige werkwijze voortzette ondanks eerdere uitspraken die dit verboden. Dit structurele onrechtmatig handelen kon niet langer worden gerechtvaardigd door een belangenafweging, tenzij sprake was van een zeer ernstige situatie, wat hier niet het geval was.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel was inmiddels opgeheven, maar de vreemdeling kreeg een vergoeding toegekend voor de periode van 25 mei tot 1 juni 2018. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en kent een vergoeding toe aan de vreemdeling.