ECLI:NL:RVS:2018:3010
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd bij besluit van 8 juni 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het tegen deze maatregel ingestelde beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat de werkwijze van de staatssecretaris bij het staandehouden, overbrengen en ophouden van rechtmatig verblijvende Dublinclaimanten onrechtmatig was, zoals eerder bevestigd in een uitspraak van 4 september 2018. Op grond hiervan werd het hoger beroep gegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
De Afdeling verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 8 juni 2018 alsnog gegrond. Omdat de vrijheidsontnemende maatregel reeds was opgeheven, werd geen bevel tot opheffing gegeven. Wel werd aan de vreemdeling een schadevergoeding toegekend over de periode van 8 tot 12 juni 2018. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de vreemdelingenbewaring onrechtmatig bevonden en schadevergoeding toegekend.