ECLI:NL:RVS:2018:3012
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid aanvraag verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 7 maart 2018 een aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 10 april 2018 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft het onderzoek gesloten en de zaak inhoudelijk beoordeeld. Op basis van eerdere uitspraken van 31 mei 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1802 en ECLI:NL:RVS:2018:1803) oordeelde de Afdeling dat het hoger beroep kennelijk gegrond is.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 1.503,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van de aanvraag verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd.