ECLI:NL:RVS:2018:3015
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens tatoeage
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 23 december 2016 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in eerdere uitspraken van 31 mei 2018 de betekenis van de tatoeage van de vreemdeling beoordeeld en geoordeeld dat het hoger beroep kennelijk gegrond is. Op grond hiervan vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris wegens strijd met artikel 3:46 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De overige aangevoerde gronden leiden niet tot vernietiging. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.503,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt zelf afgedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.