ECLI:NL:RVS:2018:3043
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- A.B.M. Hent
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens onvoldoende registratie arbeids- en rusttijden volgens Arbeidstijdenwet
De minister legde [appellante] een boete van €22.500 op wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet (Atw), omdat zij geen deugdelijke registratie voerde van de arbeids- en rusttijden van ingeleende arbeidskrachten. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van [appellante] ongegrond en bevestigde de boete. In hoger beroep voerde [appellante] aan dat zij wel degelijk een sluitende registratie voerde, onder meer door inschrijflijsten en weekly timesheets, en dat de minister haar door overleg en overlegverslagen het vertrouwen had gegeven dat de registratie voldeed.
De Raad van State oordeelde dat de overgelegde stukken onvoldoende waren om een sluitende registratie aan te tonen over de relevante periode van 7 oktober tot en met 3 november 2013. De inschrijflijsten die [appellante] overlegde, betroffen slechts enkele dagen en boden geen sluitend bewijs. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat er geen ondubbelzinnige toezeggingen waren gedaan dat geen boete zou worden opgelegd. Ook vond de Raad dat de boete niet onevenredig was en dat de minister terecht geen waarschuwing had gegeven.
De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank dat de minister terecht een boete oplegde wegens het ontbreken van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden, die noodzakelijk is voor toezicht op de naleving van de Atw. De boete werd niet gematigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €22.500 wegens onvoldoende registratie van arbeids- en rusttijden.