ECLI:NL:RVS:2018:3063
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestemming en rechtmatigheid bestemmingsplan Honderdland fase 2 in gemeente Westland
De raad van de gemeente Westland stelde op 27 juni 2017 het bestemmingsplan Honderdland fase 2 vast, gericht op de herontwikkeling van glastuinbouwgebied tot een bedrijventerrein. Diverse appellanten uit de gemeente Westland maakten bezwaar tegen het plan, onder meer vanwege geluidshinder, milieubelasting, aantasting van woon- en leefklimaat, onvoldoende onderbouwing van nut en noodzaak, strijd met provinciale regelgeving, en natuurbeschermingsaspecten.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft de zaak op 28 en 29 mei 2018 behandeld en beoordeelt dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking, provinciale verordeningen en de VNG-brochure milieuzonering. Ook is het geluidonderzoek voldoende zorgvuldig uitgevoerd en is het woon- en leefklimaat aanvaardbaar geacht, mede gezien de vastgestelde hogere geluidwaarden.
Wel oordeelt de Afdeling dat het bestemmingsplan onvoldoende waarborgt dat de noodzakelijke groenvoorzieningen, zoals een brede strook met hoge bomen, daadwerkelijk worden gerealiseerd. De civielrechtelijke afspraken bieden onvoldoende zekerheid, zodat het besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.
Verder worden bezwaren over privacy, handhaving en precieze ontsluitingswegen afgewezen, omdat deze aspecten uitvoeringskwesties betreffen of niet tot vernietiging leiden. De Afdeling concludeert dat het bestemmingsplan in stand kan blijven, met uitzondering van het genoemde gebrek aan een voorwaardelijke verplichting voor groenvoorzieningen.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Honderdland fase 2 wordt in stand gelaten, behalve voor het onderdeel groenvoorzieningen waarvoor het besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid.