ECLI:NL:RVS:2018:3084
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid Raad van State tot kennisneming hoger beroep verlenging vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
De zaak betreft een hoger beroep van een vreemdeling tegen de verlenging van een aan hem opgelegde vrijheidsontnemende maatregel. Bij besluit van 27 juli 2018 werd deze maatregel met maximaal drie maanden verlengd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 84 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 geen hoger beroep openstaat tegen uitspraken van de rechtbank over besluiten tot verlenging van vrijheidsontnemende maatregelen. Hoewel in uitzonderlijke gevallen, zoals ernstige schendingen van procesorde of fundamentele rechtsbeginselen, een appel toch mogelijk kan zijn, bood het aangevoerde geen grond voor een dergelijk oordeel.
Daarom verklaarde de Afdeling zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 19 september 2018 door de enkelvoudige kamer van de Raad van State.
Uitkomst: De Raad van State verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep tegen de verlenging van de vrijheidsontnemende maatregel.