ECLI:NL:RVS:2018:3121
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging huisverbod tegen appellant wegens geweldsincident met zusje
De burgemeester legde op 3 juni 2017 een huisverbod van tien dagen op aan appellant na een geweldsincident met zijn zusje in de gezamenlijke woning te Rotterdam. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat het huisverbod onterecht was omdat zijn zusje de bedreiging vormde en niet hijzelf.
De Raad van State overwoog dat het huisverbod een ingrijpende maatregel is die alleen kan worden opgelegd bij ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van bewoners. Uit het Risicotaxatie-instrument Huiselijk Geweld en politiegegevens bleek dat appellant zich herhaaldelijk agressief tegenover zijn zusje had gedragen, met een escalatie op 2 juni 2017 waarbij hij haar sloeg en schopte.
De burgemeester had op basis van deze feiten en de spoedeisendheid van de situatie het huisverbod terecht opgelegd om verdere escalatie te voorkomen en een afkoelingsperiode te creëren. Het feit dat de zusje niet was gehoord en dat een CVD-medewerker een kennelijke verschrijving maakte in het advies, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het huisverbod tegen appellant wordt bevestigd wegens ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van medebewoners.