ECLI:NL:RVS:2018:3144
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- H.G. Sevenster
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Nederlanderschap wegens identiteitsfraude bij naturalisatie
Appellanten hebben bij hun verzoeken om naturalisatie onjuiste persoonsgegevens verstrekt en hun verblijf en asielprocedure in Duitsland verzwegen. De staatssecretaris heeft daarop het Nederlanderschap ingetrokken, omdat bij bekendheid met de juiste identiteit het Nederlanderschap niet zou zijn verleend.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten tegen de intrekking ongegrond, waarna appellanten hoger beroep instelden bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling overwoog dat de staatssecretaris terecht aannam dat er bedenkingen bestaan tegen het verblijf van appellanten voor onbepaalde tijd in Nederland vanwege de identiteitsfraude. Het algemeen belang bij correcte verkrijging van het Nederlanderschap weegt zwaarder dan de persoonlijke belangen van appellanten.
De intrekking van het Nederlanderschap corrigeert de gevolgen van het frauduleus handelen en is geen strafmaatregel. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van het Nederlanderschap van appellanten wegens identiteitsfraude wordt bevestigd.